Nederlandstaligen die Duits studeren voelen zich vaak overdonderd, niet alleen door de uitspraak en de lange samengestelde woorden, maar ook door de grammatica. De toevoeging van naamvallen is vreemd aan het Nederlands, en dan moeten ze nog worden verbogen, om nog maar te zwijgen van de kleine valkuilen met betrekking tot woordvolgorde en andere bijzonderheden die eigen zijn aan de taal.

De beste leraren Duits beschikbaar
Jordan
4,9
4,9 (14 reviews)
Jordan
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Harry
4,8
4,8 (9 reviews)
Harry
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Mareike
4,6
4,6 (5 reviews)
Mareike
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Iris
4,9
4,9 (7 reviews)
Iris
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Pina
5
5 (6 reviews)
Pina
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Melissa
5
5 (5 reviews)
Melissa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stefan
4,8
4,8 (4 reviews)
Stefan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anita
5
5 (6 reviews)
Anita
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Jordan
4,9
4,9 (14 reviews)
Jordan
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Harry
4,8
4,8 (9 reviews)
Harry
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Mareike
4,6
4,6 (5 reviews)
Mareike
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Iris
4,9
4,9 (7 reviews)
Iris
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Pina
5
5 (6 reviews)
Pina
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Melissa
5
5 (5 reviews)
Melissa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stefan
4,8
4,8 (4 reviews)
Stefan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anita
5
5 (6 reviews)
Anita
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Let's go

1. Het verkeerde geslacht gebruiken in het Duits

Duits gebruikt drie woordgeslachten: mannelijk, vrouwelijk en onzijdig. Er zit niets anders op dan het lidwoord samen met het woord te leren, maar er zijn een paar groepen woorden die altijd hetzelfde geslacht hebben.

Duitse onzijdige zelfstandige naamwoorden

Woorden die eindigen op het verkleinwoord -chen zijn altijd onzijdig, wat verklaart waarom een meisje - "ein Mädchen" - hoewel biologisch vrouwelijk, grammaticaal onzijdig is.

Als een zelfstandig naamwoord in een infinitief wordt veranderd, is het ook altijd onzijdig:

  • “das Lesen” (het lezen),
  • “das Schreiben” (het schrijven).

Dat geldt ook voor woorden die eindigen op "-il" ("das Profil"), "-tum" ("Das Eigentum") en "-ment" ("das Element").

Mannelijke woorden in de Duitse taal

Mannelijke zelfstandige naamwoorden eindigen op "-er" ("der Bäcker", de bakker), "-ich" ("der Teppich", het tapijt), "-eich" ("der Bereich", het gebied) en "-ismus" ("Optimismus", bijvoorbeeld).

Welke Duitse woorden zijn vrouwelijk?

Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden eindigen op "-heit" ("die Freiheit", vrijheid), "-enz" ("die Existenz", bestaan), "-schaft" ("die Gesellschaft", maatschappij) en "-ung" ("die Bildung", opvoeding).

2. Wat is het juiste meervoud voor Duitse zelfstandige naamwoorden?

Ein Baum, viele - Baums? Baume? Baumen? Bäumen? Bäume?

Duits voegt over het algemeen nooit een "s" toe aan het einde van een woord om een meervoud te vormen. Als je Duits leert, is het belangrijk om bij het leren van de woordenschat het meervoud samen met het eigenlijke woord te leren.

Er zijn vijf hoofdvormen van meervoud in het Duits. Lees hier meer over de Duitse grammaticaregels en de uitzonderingen op deze regels.

Ontdek hier de meest gemaakte fouten in het Duits.

Bomen
Het meervoud van het Duitse zelfstandig naamwoord "Baum" is "Bäume". (Bron: Unsplash.com)

Sommige woorden hebben toch een meervoud met -s. Dit zijn meestal woorden van buitenlandse oorsprong, zoals "Büro", kantoor (van het Franse "bureau"), "Club" (zoek het maar uit) of "Auto" (het eigenlijke Duitse woord voor auto is "Personenkraftwagen" of PKW, wat natuurlijk veel te lang is).

Sommige woorden veranderen niet veel. Als de centrale klinker een "e" of een "i" is, verandert er verder niets. Als de klinker een "a", "o" of "u" is, krijgt hij een umlaut: "ein Garten - die Gärten”, “eine Tochter - die Töchter”, “eine Mutter - die Mütter". De meeste woorden die eindigen op "-er" volgen dit patroon.

Sommige meervouden eindigen op -e: "der Freund - die Freunde". Deze zijn meestal éénlettergrepig, en hetzelfde geldt als de hoofdklinker "a", "o" of "u" is: dan geef je hem een Umlaut; idem als het de tweeklank "au" is: "der Sohn - die Söhne", "der Baum - die Bäume", "eine Stadt - die Städte". Er zijn uitzonderingen op de Umlaut-regel: "der Tag, die Tage".

Nog andere eindigen op "-er" - en ook hier geldt de Umlaut-regel. “Das Kind - die Kinder”, “der Mann, die Männer”, “das Schloss, die Schlösser”.

En tenslotte is er de uitgang "-n". Als het stamwoord eindigt op een medeklinker, wordt "-en" gebruikt; als het eindigt op een klinker die geen " e " is, "-nen". Hier geldt de Umlaut-regel NIET (dat zou gewoon te gemakkelijk zijn.) Woorden die eindigen op "-eit" en "-ung" hebben over het algemeen deze uitgang. Veel daarvan zijn vrouwelijk, zelfs zonder de uitgang "-eit" of "ung". “Eine Möglichkeit - viele Möglichkeiten”, “der Junge, die Jungen”, “eine Zeitung, die Zeitungen”.

Leer Duits online om je woordgeslachten en zelfstandige naamwoorden te oefenen.

3. Hoe gebruik je de juiste uitgang voor Duitse bijvoeglijke naamwoorden?

Wel. Je hebt dus het geslacht gevonden, én het meervoud van je woord. Je kunt "der, die, das" en "mein, dein, sein" weglaten, maar nu -poef! - verschijnt er een bijvoeglijk naamwoord.

Het geslacht is eenvoudig - het is hetzelfde als het zelfstandig naamwoord.

Met het onbepaald lidwoord ("eine") of het bepaald lidwoord, krijgt het bijvoeglijk naamwoord de uitgang "e" in de nominatief en accusatief vrouwelijk en onzijdig, en "-en" voor alle andere geslachten en gevallen.

De mannelijke nominatief met "ein" krijgt echter een "-er", en de onzijdige met "ein" krijgt de "-es" in de nominatief en accusatief.

Hier zijn enkele voorbeelden over hoe Duitse bijvoeglijke naamwoorden zich gedragen, naargelang ze worden voorafgegaan door het bepaalde of onbepaalde lidwoord:

  • Der schwarze Kater (tomcat) ist in einer kleinen Kiste. -> Ein schwarzer Kater ist in der kleinen Kiste.
  • Der Mann legt den schwarzen Kater in eine kleine Kiste. -> Der Mann legt einen schwarzen Kater in die kleine Kiste.
  • Der Mann gibt dem schwarzen Kater eine graue Maus. -> Der Mann gibt einem schwarzen Kater die graue Maus.
  • Die graue Maus des schwarzen Katers schmeckt gut. -> Eine graue Mause eines schwarzen Katers schmeckt gut.
  • Das schöne Mädchen gibt dem kleinen Kind das gelbe Auto. -> Ein schönes Mädchen gibt einem kleinen Kind ein gelbes Auto.

Met een cursus Duits online ben je al goed op weg!

4. Een ander probleem in de Duitse grammatica: De verkeerde naamval gebruiken bij Duitse voorzetsels

In theorie is het eenvoudig om de Duitse vervoegingen te leren. Bepaalde voorzetsels worden altijd gevolgd door de accusatief (durch, für, gegen, ohne, um) en andere door de datief (aus, bei, mit, nach, seit, von, zu). Maar hoe zit het met de anderen? "In", bijvoorbeeld, of "auf", "unter" en zo vele anderen?

Alle voorzetsels die met plaats te maken hebben kunnen zowel in de accusatief als in de datief staan. Dus hoe moet een arme student Duits nu weten wat wat is?

Neem bijvoorbeeld "in". Nu hebben we een object nodig dat we ergens in kunnen stoppen, en dus ook iets om dit object in te stoppen. Aangezien we wetenschapsfreaks zijn, gaan we Schrödinger's Katze (kat) in een Kiste (doos) plaatsen. Het is “die Katze” en “die Kiste”. Dat is belangrijk.

Nu moeten we eerst de kat in de doos stoppen. Aangezien het hier om een verplaatsing gaat - we verplaatsen de kat van de ene plaats (haar heerlijke plekje op de vensterbank, precies waar het zonlicht valt) naar de andere (een gesloten doos met een korreltje radioactieve stof) - moeten we de accusatief gebruiken:

Die Katze kommt in die Kiste.

Nu sluiten we het deksel en laten we het arme beest achter om kwantumfysici te laten nadenken over de vraag of ze al dan niet leeft. Omdat de kat niet langer beweegt (de doos is klein), gebruiken we de datief:

Die Katze ist in der Kiste.

Zoek nu naar een Duits cursus.

Een kat in een doos
In het Duits wordt een andere naamval gebruikt, afhankelijk van het feit of de kat in een doos wordt gestopt of er al in zit. (Bron: Unsplash.com)

Klinkt eenvoudig? Dat is het ook - totdat je je begint af te vragen wat waar naartoe beweegt. Het wordt al snel erg filosofisch.

Een cursus Duits kan je daarbij helpen!

De beste leraren Duits beschikbaar
Jordan
4,9
4,9 (14 reviews)
Jordan
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Harry
4,8
4,8 (9 reviews)
Harry
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Mareike
4,6
4,6 (5 reviews)
Mareike
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Iris
4,9
4,9 (7 reviews)
Iris
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Pina
5
5 (6 reviews)
Pina
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Melissa
5
5 (5 reviews)
Melissa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stefan
4,8
4,8 (4 reviews)
Stefan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anita
5
5 (6 reviews)
Anita
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Jordan
4,9
4,9 (14 reviews)
Jordan
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Harry
4,8
4,8 (9 reviews)
Harry
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Mareike
4,6
4,6 (5 reviews)
Mareike
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Iris
4,9
4,9 (7 reviews)
Iris
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Pina
5
5 (6 reviews)
Pina
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Melissa
5
5 (5 reviews)
Melissa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stefan
4,8
4,8 (4 reviews)
Stefan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anita
5
5 (6 reviews)
Anita
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Let's go

5. Wanneer gebruik je geen lidwoord voor een Duits zelfstandig naamwoord?

Net als in het Nederlands wordt in het Duits soms geen lidwoord voor een zelfstandig naamwoord gebruikt. De uitdaging is om uit te zoeken wanneer precies.

Voor sommige zelfstandige naamwoorden worden nooit lidwoorden gebruikt (eigennamen van bepaalde bedrijven en de meeste steden en landen). Voor anderen kan het lidwoord weggelaten worden wanneer:

Het zelfstandig naamwoord een onbepaald meervoud is

Meervoud voor een onbepaald lidwoord in het Duits bestaat helemaal niet.

  • Ich kaufe ein Brötchen. -> Ich kaufe Brötchen.
  • Ich hole eine Tasse. -> Ich hole Tassen.

Duitse termen die grootte, gewicht of aantal aanduiden, krijgen geen lidwoord

  • Eine Tasse Tee.
  • Ein Löffel Zucker.
  • Ein Schuß Milch.
  • Zwölf Affen.
  • Zwei Kilo Mehl.

Duitse woordenschat voor materialen en stoffen

  • Der Tisch ist aus Holz.
  • Das Kleid ist aus Seide.

Dit geldt ook voor beroepen en nationaliteiten indien ze gebruikt worden in zinnen met de werkwoorden "sein" en "werden" of na "als".

Lees hier over de fouten die mensen maken in de Duitse uitspraak.

6. Gebruik "Kein" in plaats van "Nicht" als je Duits spreekt

Zou John F. Kennedy - mocht hij minder solidair geweest zijn - hebben gezegd: "Ich bin nicht ein Berliner" of "Ich bin kein Berliner?" Waarom heeft het Duits überhaupt verschillende manieren om een zin te teniet te doen?

Berlijn
"Ich bin kein Berliner" of "Ich bin nicht ein Berliner"? De Duitse negatie is subtiel. (Bron: Unsplash.com)

In feite doet het Nederlands dat ook. We hebben de woorden "niet" en "geen". Maar welke is juist?

Het hangt ervan af wat er precies ontkend wordt.

  • Gebruik "nicht" als je een werkwoord of een hele zin ontkent: "Ich gehe nicht einkaufen", "Ik ga niet winkelen" of "Ich will nicht auf die Party gehen", "Ik wil niet naar het feest gaan."
  • Gebruik "kein" als je een zelfstandig naamwoord ontkent: "Ich will keine Gurken." "Ik wil geen augurken"; "Ich gehe auf keine Party" "Ik ga niet naar een feestje."

Over het algemeen gebruik je in het Duits "kein" als je in het Nederlands "geen" zou gebruiken. Het vervangt het onbepaalde lidwoord "einer/ein/eine". In deze zinnen zeg je niet dat je niets wilt (wat erg Zen zou zijn) of niet naar een specifieke plaats gaat, maar dat je helemaal geen augurken wilt en over het algemeen niet naar feestjes gaat.

7. Waar komt het werkwoord in een Duitse zin?

Het Nederlands heeft een vrij eenvoudige woordvolgorde. Onderwerp + Werkwoord + Lijdend Voorwerp. Het Duits daarentegen houdt ervan om zijn werkwoorden wat vrijheid en een ander tempo te geven. Als je Duits leert, is het vrij belangrijk om te onthouden waar je het precies moet zetten:

In een normale zin komt het werkwoord altijd op de tweede plaats. Het eerste woord kan het onderwerp zijn, het lijdend voorwerp (een beetje ouderwets, maar nog altijd mogelijk), een vraagwoord zoals "Wann" of "Warum", en soms, hoewel zelden, een bijwoord of bijwoordelijk gezegde (In der Küche befindet sich der Kuchen.)

In werkwoordsvormen met een hulpwerkwoord, zoals "haben" + een deelwoordsvorm, wordt het hulpwerkwoord behandeld als het eigenlijke werkwoord en komt het deelwoord aan het eind: "Ich habe die Plazierung des Verbes verstanden."

Als een werkwoord een voorvoegsel heeft, kan dit losgekoppeld worden, in dat geval komt het aan het eind: "Ich komme dir nach", van "nachkommen", of: "Ich sehe heute Abend mit einigen Freunde fern." Van "fernsehen", TV kijken.

In een bijzin komt het werkwoord aan het eind: "Ich fragte mich, wo der Verb hinkommt". In bijzinnen komt het hulpwerkwoord aan het eind, na het deelwoord: "Ich sagte, daß ich die Plazierung des Verbes verstanden habe."

In vragen zonder vraagwoord komt het werkwoord op de eerste plaats: "Kommt der Verb an erster oder zweiter Stelle?"

8. Gebruik je in het Duits "Will" of "Werden" voor de toekomstige tijd?

Als je zegt: "Ich will morgen online Deutsch lernen", dan zeg je dat je het graag wilt doen. "Will" is een vorm van "wollen", willen. Het juiste hulpwerkwoord voor de toekomende tijd is "werden", wat ook "worden" kan betekenen:

  • "Ich werde gut in Deutsch": Ik zal goed worden in Duits.
  • "Ich werde morgen Deutsch lernen:" Ik zal morgen Duits leren.
  • "Ich will morgen Deutsch lernen": Ik wil morgen Duits leren.

9. Wanneer moet je "Wann" gebruiken in plaats van "wenn" als je Duits spreekt?

“Ich sage es dir, wenn ich nach Hause komme.” “Wenn willst du nach Hause kommen?”

Het eerste is correcte Duitse grammatica, het tweede niet, maar in geen van beide discussiëren ze over hoe laat iemand thuiskomt. Studenten Duits verwarren gemakkelijk het Duitse "wenn" met het Engelse "when".

In eerste instantie is dit waar, maar niet in de zin van "op welk tijdstip". Het legt gewoon uit dat het vertellen afhankelijk is van het thuiskomen. Het is vergelijkbaar met: "Ik zal het je vertellen als ik het weet", of "Het zal klaar zijn als het klaar is."

"Wenn du nach Hause kommst, mußt du deine Hausaufgaben machen.”

"Als je thuiskomt moet je je huiswerk maken."

Het huiswerk maken is gekoppeld aan het thuiskomen.

Duits praten
Als je Duits wilt leren, doe dan je huiswerk en leer de juiste manier om "wanneer" te zeggen. (Bron: Unsplash.com)

Over het algemeen wordt "wenn" het best vertaald als het Nederlandse "als".

  • “Wenn du besser werden willst, musst du deine Hausaufgaben machen.”

"Als je beter wilt worden, moet je je huiswerk maken."

  • “Wenn du Deutsch lernen möchtest, kannst du einen Online-Sprachkurs machen.”

"Als je Duits wilt leren, kun je een online taalcursus volgen."

Dus, hoe vraag je dan hoe laat iemand zal thuiskomen? Je gebruikt "Wann".

  • “Ich lasse dir wissen, wann ich nach Hause komme.” “Wann kommst du nach Hause?”
  • "Ik zal je laten weten wanneer ik thuis kom." "Wanneer kom je naar huis?"

10. Waar komt het bijwoord in Duitse zinnen?

In de Duitse grammatica komen ze meestal net NA het werkwoord:

  • "Ich gehe gerne einkaufen."

Ik ga met plezier winkelen.

Als het werkwoord voorwerpen heeft, komt het na het indirect voorwerp (datief), maar vóór het direct voorwerp (accusatief):

  • "Ich gebe meinem Sohn jeden Tag ein belegtes Brot."

Ik geef mijn zoon elke dag een broodje.

De Duitse grammatica is waarschijnlijk het moeilijkste onderdeel voor een student. Maar houd vol, en dan je zult in geen tijd praten als een echte Duitser!

Leer hier alles over de Duitse spelling en hoe je de geschreven Duitse taal kunt leren.

Begin vandaag nog je Duitse lessen met een privéleraar.

>

Het platform dat privé leraren en leerlingen met elkaar verbindt

1ste les gratis

Vond je dit artikel leuk? Laat een beoordeling achter!

5,00 (1 beoordeling(en))
Laden...

Dieter