Wiskunde wordt in bredere zin ingedeeld bij de de bètawetenschappen. Een ruime definitie van deze term omvat alle natuurwetenschappen en technische wetenschappen alsmede wiskunde en informatica.

Een naam die je als wiskunde student eigenlijk wel moet weten is Hans Freudenthal (1905-1990). Hij was een Duits-Nederlandse wiskundige en pedagoog. Hij de grondlegger van het realistisch rekenen.

In 1971 richtte hij het Instituut voor de Ontwikkeling van het Wiskunde Onderwijs (IOWO) op. Dit instituut is een expertisecentrum voor het reken- en wiskundeonderwijs en doet onderzoek naar alle aspecten daarvan. In 1991 werd het omgedoopt in het Freudenthal Instituut. Het doel is het reken- en wiskundeonderwijs op alle niveaus te verbeteren, vooral in het basis-, voortgezet- en beroepsonderwijs.

Of je nou net naar de middelbare school gaat of er al rondloopt en inmiddels een keuze moet gaan maken, of dat je allang klaar bent met de middelbare school, gestudeerd hebt en volledig bent gevallen voor wiskunde: iedereen komt op een moment in zijn of haar leven met wiskunde A en B in aanraking.

Maar wat is nou eigenlijk het verschil tussen die twee? En als we kijken naar het verschil wiskunde A en B HAVO, en het verschil wiskunde A en B VWO, wat valt dan op?

Er zijn veel mythes over wiskunde A en B. Zo zijn er mensen die zeggen dat wiskunde B voor slimmere mensen is.

Anderen zeggen weer dat je bij wiskunde A meer creativiteit mag gebruiken. En weer anderen menen dat wiskunde D alleen is weggelegd voor de echte bollebozen.

Zoals vaak bij mythes, zijn delen van dit verhaal waar terwijl andere aspecten weer nergens op gebaseerd zijn. Maar waarom bestaat die verdeling eigenlijk?

Iedereen wordt geboren met verschillende talenten.

De een kan geweldig tekenen, de ander blinkt uit in sport, weer een ander heeft een talenknobbel en misschien val jij wel onder de groep die maar een wiskundige formule of vergelijking hoeft te zien en gelijk snapt waar het over gaat.

Om ervoor te zorgen dat leerlingen gestimuleerd worden hun sterke kanten te ontwikkelen, en ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld wiskundetalenten zich niet gaan vervelen tijdens een les onder hun niveau, is er een onderverdeling gemaakt binnen het vak.

Die verdeling was eerst een simpele, tussen wiskunde A en B (eerder bekend als I en II).

Maar later, vanaf de invoering van de Tweede Fase in 2007 zijn daar verdere verdelingen in gekomen, met de komst van wiskunde C en D (eerder wiskunde A.1 en A.2, en B.1 en B.2).

Wiskunde is een breed vak, en dat is terug te zien in deze verdeling. Daarnaast ook een noodzakelijk vak, want het vak komt terug in allerlei aspecten van het dagelijks leven.

Daarom is het heel belangrijk dat iedereen, op zijn of haar eigen niveau, in aanraking komt met het vak.

Maar welke wiskunde past het best jou? En wat is het verschil tussen A en B? Lees snel verder.

De beste leraren Wiskunde beschikbaar
1e les gratis!
Adam
4,9
4,9 (37 reviews)
Adam
25€
/u
1e les gratis!
Marvin
5
5 (23 reviews)
Marvin
28€
/u
1e les gratis!
Paul
4,9
4,9 (16 reviews)
Paul
23€
/u
1e les gratis!
Fettah
4,8
4,8 (11 reviews)
Fettah
24€
/u
1e les gratis!
Ayoub
4,9
4,9 (18 reviews)
Ayoub
25€
/u
1e les gratis!
Daniel
4,9
4,9 (14 reviews)
Daniel
25€
/u
1e les gratis!
Lisa
4,8
4,8 (12 reviews)
Lisa
18€
/u
1e les gratis!
Floor
5
5 (10 reviews)
Floor
17€
/u
1e les gratis!
Adam
4,9
4,9 (37 reviews)
Adam
25€
/u
1e les gratis!
Marvin
5
5 (23 reviews)
Marvin
28€
/u
1e les gratis!
Paul
4,9
4,9 (16 reviews)
Paul
23€
/u
1e les gratis!
Fettah
4,8
4,8 (11 reviews)
Fettah
24€
/u
1e les gratis!
Ayoub
4,9
4,9 (18 reviews)
Ayoub
25€
/u
1e les gratis!
Daniel
4,9
4,9 (14 reviews)
Daniel
25€
/u
1e les gratis!
Lisa
4,8
4,8 (12 reviews)
Lisa
18€
/u
1e les gratis!
Floor
5
5 (10 reviews)
Floor
17€
/u
1ste les gratis>

Wiskunde A

Het verschil tussen wiskunde a en b zie je terug in de inhoud.
Bij wiskunde A komen diagrammen en grafieken terug, zoals je ze later bij sociale studies krijgt.| Bron: Pexels

Op het moment dat je een beslissing gaat maken tussen A en B, dan moet je bij het maken van dat besluit vooral kijken naar hoe goed je bent in het vak.

Of je nou op de havo of op het vwo zit, wiskunde A kan je op beide niveaus kiezen.

Dat is ook de hele gedachte achter de verdeling: ook al is op het vwo het niveau van de gegeven vakken vaak iets hoger dan op de havo, ook op het vwo kom je leerlingen tegen die moeite kunnen hebben met wiskunde.

Om het vak alsnog voor iedereen toegankelijk te kunnen maken is deze versie van wiskunde aangeboden.

Bij A komen meer de wiskundige vaardigheden terug die van toepassing kunnen zijn op de latere studies van de leerlingen.

Vaak zie je dat leerlingen die goed zijn in het vak – en dus wiskunde B doen - later een studierichting uitzoeken die daar meer bij aansluit, terwijl leerlingen die variant A doen daarna meer de talenstudies of sociale studies gaan doen.

Bij dergelijke studies, als antropologie, sociologie of geschiedenis is statistiek belangrijk, voor het correct uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.

Bij wiskunde A leer je daarom vaak vaardigheden die te maken hebben met statistiek: diagrammen, tabellen, formules en kansberekening.

Wist je dat er heel veel gratis hulpmiddelen online te vinden die je kunnen helpen in dit vak te slagen? Er zijn tal van oefenexamens voor havo en vwo te vinden. Bovendien zijn er ook tal van sites die uitleg geven via video's, zoals de Wiskunde Academie

Wiskunde C

Er is verschil tussen wiskunde a en b, en c en d.
Wiskunde C is een minder intense variant van wiskunde A. | Bron: Pexels

Voor wie helemaal niet kan aarden binnen de wiskunde, maar het toch, zij het verplicht, zij het uit interesse, wil leren, is er wiskunde C. Wiskunde C is een makkelijkere versie van A.

Dezelfde onderwerpen als bij de variant A worden behandeld, maar de intensiteit en de moeilijkheidsgraad ligt lager. Deze stelling is in 2015 bij het ingaan van het nieuwe wiskundeprogramma echter bijgesteld. Wiskunde C is bijna compleet vernieuwd zodat het beter past in het profiel van Cultuur en Maatschappij. Dit houdt in dat C niet meer wordt gezien als de lichtere variant van A. Wat zijn daarvan de gevolgen:

  • C is niet meer slechts een deel van het wiskunde A-programma waaruit onderdelen zijn weggelaten. Het vak kent nu haar eigen onderdelen, zoals ruimtemeetkunde in het onderdeel ‘vorm en ruimte’ en logica in het onderdeel ‘logisch redeneren’. Door deze kleinere overlap zijn de programma’s van wiskunde A en C inhoudelijk dus niet meer te combineren zoals voorheen.
  • Het nieuwe C-programma wordt niet langer gemaakt voor de traditioneel zwakkere leerlingen. Er is getracht de contexten beter te laten aansluiten op het profiel van Cultuur en Maatschappij en haar meest voor de hand liggende vervolgopleidingen. Daarmee is het een op zichzelf staand, volledig wiskundecurriculum. De wiskunde C-leerlingen kunnen daarom in het nieuwe programma niet eenvoudig aanschuiven bij de wiskunde A-lesgroepen, noch qua inhoud, noch qua behoefte aan aandacht van en contact met de docent. 

Waar wiskunde A en B al sinds de jaren tachtig bestaan, is wiskunde C, net als zijn grote tegenhanger wiskunde D, pas ingevoerd in het schooljaar 2007/2008.

Het vak is op zowel de havo als het vwo dan ook alleen beschikbaar die het profiel Cultuur & Maatschappij hebben.

Leerlingen met dat type kunnen wiskunde C bij voorkeur overigens wel inwisselen voor een zwaardere variant, bijvoorbeeld wiskunde B uitleg of wiskunde A uitleg.

Maar als je niet schoolgaand bent en je wilt toch wiskunde C doen dan kun je overwegen om te studeren bij het LOI.

Het vwo-vak wiskunde C is bestemd voor studenten met het profiel Gedrag en Maatschappij (zo noemen ze het daar). Het vak lijkt op wiskunde A (kansrekening, statistiek, functies en grafieken), maar omvat ook een deel ruimtemeetkunde.

Je kiest voor het vak wiskunde C wanneer je een vervolgopleiding op het gebied van Gedrag en Maatschappij wilt volgen (bijvoorbeeld Rechtsgeleerdheid), een talenstudie of een vervolgopleiding op cultureel gebied. Er wordt bij wiskunde C meer de nadruk gelegd op bijvoorbeeld grafieken en onderwerpen die aansluiten bij sociale studies. 

Je kunt kiezen voor het volledige programma of voor deelcertificaten. De voordelen zijn:

  • Je hoeft niet naar school;
  • Je kunt beginnen wanneer je wilt;
  • Je wordt persoonlijk ondersteund door een ervaren leraar uit het voortgezet onderwijs;
  • Voldoet aan de meest gestelde exameneisen;
  • Je krijgt een officieel erkend certificaat;
  • Als je langer over de studie doet (tot een minimum van 12 maanden) dan betaal je geen extra kosten;
  • Soms fiscaal aftrekbaar (werkgevers en werknemers)

Er zijn echter ook nadelen verbonden aan deze manier van studeren:

  • Het kost geld! Deze online opleiding duurt grofweg acht maanden à € 62,00 per maand. Je moet € 29,50 aan inschrijfgeld betalen en examengeld. Dat examengeld is afhankelijk van het soort examen dat je doet. Voor alleen een mondeling examen betaal je € 62,- . Doe je mondeling en schriftelijk examen dan ben je € 125,- kwijt;
  • Discipline: je moet ongeveer 8 uur per week studeren;

Ben je op zoek naar bijles wiskunde? Kies voor een van onze gespecialiseerde privéleraren bij jou in de buurt!

De beste leraren Wiskunde beschikbaar
1e les gratis!
Adam
4,9
4,9 (37 reviews)
Adam
25€
/u
1e les gratis!
Marvin
5
5 (23 reviews)
Marvin
28€
/u
1e les gratis!
Paul
4,9
4,9 (16 reviews)
Paul
23€
/u
1e les gratis!
Fettah
4,8
4,8 (11 reviews)
Fettah
24€
/u
1e les gratis!
Ayoub
4,9
4,9 (18 reviews)
Ayoub
25€
/u
1e les gratis!
Daniel
4,9
4,9 (14 reviews)
Daniel
25€
/u
1e les gratis!
Lisa
4,8
4,8 (12 reviews)
Lisa
18€
/u
1e les gratis!
Floor
5
5 (10 reviews)
Floor
17€
/u
1e les gratis!
Adam
4,9
4,9 (37 reviews)
Adam
25€
/u
1e les gratis!
Marvin
5
5 (23 reviews)
Marvin
28€
/u
1e les gratis!
Paul
4,9
4,9 (16 reviews)
Paul
23€
/u
1e les gratis!
Fettah
4,8
4,8 (11 reviews)
Fettah
24€
/u
1e les gratis!
Ayoub
4,9
4,9 (18 reviews)
Ayoub
25€
/u
1e les gratis!
Daniel
4,9
4,9 (14 reviews)
Daniel
25€
/u
1e les gratis!
Lisa
4,8
4,8 (12 reviews)
Lisa
18€
/u
1e les gratis!
Floor
5
5 (10 reviews)
Floor
17€
/u
1ste les gratis>

Wiskunde B

Het verschil tussen wiskunde a en b is bijvoorbeeld dat wiskunde B soms lastiger is.
Bij wiskunde B komen een aantal lastige onderdelen van wiskunde aan bod. | Bron: Pexels

De variant B werd net als Wiskunde A ingevoerd in de jaren tachtig op zowel de havo als het vwo. Het is ten opzichte van A een zwaardere variant van wiskunde met meer nadruk op exacte wetenschappen.

Daarom kunnen leerlingen met de richtingen Natuur & Gezondheid en Economie & Maatschappij kiezen of ze de variant A of B nemen in hun profiel.

Voor de echte bèta’s, die Natuur & Techniek als profiel hebben en dus een sterke voorkeur hebben voor de exacte wetenschappen, is het verplicht om wiskunde B te doen.

De thema´s die behandeld worden bij wiskunde B sluiten dan ook meer aan bij wiskunde toegepast in de techniek, zoals algebra, goniometrische functies, meetkunde, differentialen, functies en grafieken.

Wie wiskunde B doet maar alsnog de zaken die meer terugkomen bij wiskunde wil leren, zoals statistiek en kansberekening, doet er goed aan om de variant D toe te voegen aan zijn of haar keuze. Wiskunde leren online begin vandaag nog!

Wiskunde D

Je hebt wiskunde a en b, en daarna komt d als moeilijkste versie.
Er zijn niet veel mensen die Wiskunde D aankunnen. | Bron: Pexels

Wiskunde D is namelijk de meest hardcore versie van het vak die je zult vinden op de middelbare school en alleen geschikt voor mensen die een enorme passie of talent voor het vak hebben.Voorwaarde is dat de leerlingen Wiskunde B volgen.

Wiskunde D is zowel een herhaling van eerdere wiskunde, als een toevoeging op variant B. Er komen zoals gezegd elementen terug uit wiskunde A, maar er kunnen ook nieuwe, moeilijkere aspecten aan toegevoegd worden.Wiskunde D is dus een aanvulling op Wiskunde B. Wiskunde B is vaak abstracter en theoretischer dan wiskunde A. 

Dat is namelijk het lastige en gelijk het uitdagende aan wiskunde D: er is geen vast kader. In alle leerjaren van de bovenbouw. Vanaf havo-4 en vwo-4 kun je als je een natuurprofiel met wiskunde B volgt ook wiskunde D volgen. Het is geen verplicht vak. Het vak wordt afgesloten met een School Examen. Er is dus geen centraal schriftelijk eindexamen.

Wat houdt wiskunde D in?

Voor HAVO:

  • Wiskunde in technologie;
  • Statistiek en kansrekenen;
  • Toegepaste analyse;
  • Keuzeonderwerpen.

Voor VWO:

  • Wiskunde in wetenschap;
  • Statistiek en kansrekenen;
  • Dynamische modellen;
  • Analytische meetkunde;
  • Keuzeonderwerpen.

Wiskunde D geldt als verbreding en kwam mede tot stand nadat exacte studies klaagden over het gebrek aan kennis bij nieuwe studenten op het gebied van wiskunde. Om deze leerlingen beter klaar te kunnen stomen werd wiskunde D opgericht.

Afhankelijk van de leraar op de middelbare school, die vanwege het gebrek aan een centraal examen zelf invulling kan geven aan het vak, worden er elementen uit de wiskunde behandeld als:

  • Cryptografie
  • Codering
  • Toegepaste analyse
  • Complexe getallen
  • Ruimtemeetkunde
  • Sterrenkunde

Ben jij dus van plan om na je middelbare schooltijd een exacte wetenschap te gaan doen, dan wordt je aangeraden wiskunde D te gaan doen.

Sterker nog, bij sommige studies wordt het zelf van je geëist dat je dit vak hebt gedaan.

Welke Wiskunde moet ik Kiezen?

Twijfel je toch nog steeds welke wiskunde je wilt gaan volgen? Dan zijn er een aantal zaken die je moet meenemen in je beslissing. Bijvoorbeeld:

  • Talent
  • Passie
  • Toekomst

Hoe Goed ben je in Wiskunde?

Als je bijvoorbeeld heel veel talent hebt voor het vak, is het absoluut aan te raden om op zijn minst wiskunde B te volgen.

Zelfs als je nog niet weet wat voor studie je wilt gaan doen of wat voor beroep je later wilt gaan uitoefenen, is de kans groot dat als je goed bent in wiskunde je later die kant op zal gaan.

Andersom geldt ook dat als je helemaal niet goed bent in het vak, je jezelf misschien maar beter een aantal hele uitputtende semesters kan besparen door voor een lichtere variant van wiskunde, zoals A of C, te opteren.

Hoe Leuk vind je Wiskunde?

Naast het talent dat je ergens voor hebt is het misschien nog wel belangrijker dat je gaat doen wat je leuk vindt.

Als je een enorme passie hebt voor het vak, zal je er waarschijnlijk ook wel goed in zijn.

Maar zelfs als je er geen aanleg voor hebt, maar je vindt het wel een ontzettend mooi vak en laat je graag uitdagen, dan staat je niets in de weg om het gewoon te proberen en voor de variant B – of misschien zelfs wiskunde D – te gaan.

Als het je echt niet bevalt of de cijfers vallen echt tegen, kan je later vaak nog veranderen.

Vind je wiskunde maar niets en ligt jouw hart bij bijvoorbeeld talen, geschiedenis of sport?

Kies dan voor de lichtst mogelijke variant, C, en bespaar je lange, pittige lessen vol met moeilijke wiskunde opgaven.

Hoe oefen je wiskunde examens?

Wat Wil Je Later Worden?

Als laatste factor in je overweging, is het belangrijk om te kijken naar wat je later wilt worden.

Als je bijvoorbeeld graag verder wilt in de exacte wetenschappen en een studie biologie, scheikunde of kunstmatige intelligentie ambieert, doe je er goed om eerst te kijken wat de toelatingseisen zijn van zo´n studie.

Veel studies eisen namelijk van nieuwe studenten kennis in de wiskunde, wat betekent dat je zonder de variant D, of minstens B, niet binnenkomt.

Voor sociale wetenschappen gelden dergelijke toelatingseisen meestal niet.

Toch kan een basiskennis van statistiek, die je bijvoorbeeld opdoet bij wiskunde A, je wel alvast een voorsprong tijdens je studie geven als het onderwerp behandeld wordt.

Je kunt ook een kijkje nemen op sites waarop oude examens worden verzameld om een idee te krijgen van hoe die eindtoets eruit gaat zien per type wiskunde.

Nog meer informatie over de verschillende wiskunde keuzes

Heb je een leraar Wiskunde nodig?

Vond je dit artikel leuk?

4,24/5 - 55 reviews
Laden...

Boris

Schrijver, vertaler en journalist, woonachtig in Chili. Houdt van reizen, nieuwe culturen ontdekken en wetenschap. Werkzaam voor Superprof sinds 2017.