Je hebt enkele online Duitse grammaticalessen achter de rug, je hebt je Duitse woordenschat geleerd en je kunt lidwoorden en voornaamwoorden vervoegen. Nu moet je alleen nog alles aan elkaar rijgen tot verstaanbare zinnen.

Maar hoe navigeer je nu door de complexe woordvolgorde in het Duits?

Net zoals in het Nederlands zal de betekenis van de zin verloren gaan als de woordvolgorde verkeerd is, waardoor je wartaal spreekt.

Lees hier in welke mate de Nederlandse en Duitse grammatica op elkaar lijken of verschillen.

De beste leraren Duits beschikbaar
Jordan
4,9
4,9 (14 reviews)
Jordan
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Harry
4,8
4,8 (9 reviews)
Harry
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Mareike
4,6
4,6 (5 reviews)
Mareike
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Iris
4,9
4,9 (7 reviews)
Iris
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Pina
5
5 (6 reviews)
Pina
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Melissa
5
5 (5 reviews)
Melissa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stefan
4,8
4,8 (4 reviews)
Stefan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anita
5
5 (6 reviews)
Anita
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Jordan
4,9
4,9 (14 reviews)
Jordan
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Harry
4,8
4,8 (9 reviews)
Harry
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Mareike
4,6
4,6 (5 reviews)
Mareike
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Iris
4,9
4,9 (7 reviews)
Iris
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Pina
5
5 (6 reviews)
Pina
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Melissa
5
5 (5 reviews)
Melissa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stefan
4,8
4,8 (4 reviews)
Stefan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anita
5
5 (6 reviews)
Anita
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Let's go

Hoe worden Duitse zinnen opgebouwd?

Als je je aan een eenvoudige structuur van Onderwerp + Werkwoord + Lijdend voorwerp houdt, zullen de mensen toch wel begrijpen wat je bedoelt, ook al is het geen perfecte Duitse grammatica?

Ja en nee. Je zult waarschijnlijk heel wat moeite hebben om de woordenschat en grammatica in evenwicht te brengen. En zelfs een gevorderde kenner van het Duits zal soms zijn naamvallen verwarren. En daar wordt het een beetje lastig. Als je moet kiezen (en als je net een vreemde taal begint te leren, is dat ook zo), is het veel gemakkelijker om één keer de woordvolgorde te onthouden dan het correcte geslacht van honderden woorden. Plaats ze op de juiste manier in de zin, en de meeste Duitsers zullen zelfs niet eens merken dat je het verkeerde geslacht of de verkeerde naamval gebruikt hebt.

In sommige gevallen bepaalt de woordvolgorde de betekenis van een zin. Dit geldt vooral voor vragen - denk aan het verschil tussen deze twee zinnen:

Dit is een sprookje.

Is dit een sprookje?

Alle woorden blijven hetzelfde, maar een verandering in woordvolgorde maakt van de tweede zin een vraag, terwijl de eerste een stelling is.

Ook het gebruik van een deelwoord direct na een hulpwerkwoord (zie verder hieronder) zal er zeker voor zorgen dat je als "Ausländer" gezien wordt! Als je je woorden correct plaatst in een zin, dan zullen je Duitse vrienden zeker onder de indruk zijn.

Wat is de correcte woordvolgorde in een zin?

Goed nieuws voor mensen die Nederlands spreken! In het Duits lijkt de basisstructuur van een zin erg veel op het Nederlands:

Onderwerp + Werkwoord + Lijdend voorwerp
"Die Ritterin tötet einen Drachen."
De vrouwelijke ridder doodt een draak.

Net als in het Nederlands komt het indirecte voorwerp in het Duits meestal vóór het lijdend voorwerp. Als we in het Nederlands zeggen:

De schildknaap gaf de (vrouwelijke) ridder een lans, zegt het Duits:
Onderwerp + Werkwoord + Indirect Voorwerp + Lijdend Voorwerp
Der Knappe gibt der Ritterin eine Lanze.

Het Duits maakt gebruik van naamvallen
Omdat het Duits gebruik maakt van naamvallen, is de woordvolgorde iets losser. (Unsplash.com)

Lees hier meer over de Duitse naamvallen.

De positie van zelfstandige naamwoorden in Duitse zinnen

Door het gebruik van naamvallen in de Duitse taal is de woordvolgorde dus iets losser, waardoor reeds meer dan één student Duits in de war werd gebracht. Want, ongeacht de woordvolgorde, geven de naamvallen nog steeds de rol van het zelfstandig naamwoord in de zin aan. Dit betekent in het algemeen dat een zelfstandig naamwoord naar het begin van de zin gebracht kan worden om het belang ervan te benadrukken.

Der Knappe gibt der Ritterin eine Lanze.
De schildknaap geeft de vrouwelijke ridder een lans.
Onderwerp + Werkwoord + Indirect Voorwerp + Lijdend voorwerp

Eine Lanze gab der Knappe der Ritterin.
Een lans is wat de schildknaap aan de vrouwelijke ridder gaf.
Lijdend Voorwerp + Werkwoord + Onderwerp + Indirect Voorwerp

Der Ritterin gab der Knappe eine Lanze.
De ridder was degene aan wie de schildknaap de lans gaf.
Indirect Voorwerp + Werkwoord + Onderwerp + Lijdend voorwerp

Soms gebeurt dit ook in de Nederlandse poëzie ("donker was de nacht..."). Maar zoals je merkt uit de vertalingen, moeten er in het Nederlands soms een aantal woorden toegevoegd worden om de zin correct te laten klinken - je kunt niet zeggen: "De lans gaf de schildknaap". Je kunt natuurlijk ook zeggen: "De lans gaf de schildknaap aan de edele ridder", of "Aan de edele ridder gaf de schildknaap een lans" - maar dit zijn allemaal vrij ongewone zinnen in de moderne Nederlandse taal, en we raden je het gebruik ervan af in een informeel gesprek!

Hoe schik je voornaamwoorden in het Duits?

In de Duitse zinsbouw werken persoonlijke voornaamwoorden echter iets anders.

Als ENKEL het indirecte (datief) voorwerp een voornaamwoord is, blijft de woordvolgorde hetzelfde:

Er gibt ihr die Lanze.
Onderwerp + Werkwoord + Indirect Voorwerp (voornaamwoord) + Lijdend Voorwerp (zelfstandig naamwoord)
Hij geeft de lans aan haar.

Zoals je ziet is de Duitse woordvolgorde iets anders dan in Nederlandstalige zinnen met een voornaamwoord als indirect voorwerp!

Het accusatief voornaamwoord komt echter vóór het datief voorwerp, zelfs als beide voornaamwoorden zijn:

Er gibt sie der Ritterin.
Onderwerp + Lijdend Voorwerp (Voornaamwoord) + Indirect Voorwerp (zelfstandig naamwoord)
Hij geeft het aan de ridder.

Er gibt sie ihr.
Onderwerp + Lijdend Voorwerp (Voornaamwoord) + Indirect Voorwerp (voornaamwoord)
Hij geeft het aan haar.

Hier lees je hoe je online Duits kunt leren.

De beste leraren Duits beschikbaar
Jordan
4,9
4,9 (14 reviews)
Jordan
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Harry
4,8
4,8 (9 reviews)
Harry
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Mareike
4,6
4,6 (5 reviews)
Mareike
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Iris
4,9
4,9 (7 reviews)
Iris
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Pina
5
5 (6 reviews)
Pina
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Melissa
5
5 (5 reviews)
Melissa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stefan
4,8
4,8 (4 reviews)
Stefan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anita
5
5 (6 reviews)
Anita
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Jordan
4,9
4,9 (14 reviews)
Jordan
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Harry
4,8
4,8 (9 reviews)
Harry
22€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Mareike
4,6
4,6 (5 reviews)
Mareike
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Iris
4,9
4,9 (7 reviews)
Iris
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Pina
5
5 (6 reviews)
Pina
18€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Melissa
5
5 (5 reviews)
Melissa
20€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Stefan
4,8
4,8 (4 reviews)
Stefan
25€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Anita
5
5 (6 reviews)
Anita
30€
/u
Gift icon
1e les gratis!
Let's go

De positie van het werkwoord in Duitse hoofdzinnen

Je zult merken dat een voorwerp op de eerste plaats zetten de positie van het werkwoord in een Duitse zin niet verandert. In plaats daarvan wordt het onderwerp naar een positie achter het werkwoord verschoven, zodat het werkwoord altijd op de tweede plaats blijft staan.

Samengestelde werkwoorden: de positie bepalen van de hulpwerkwoorden en het deelwoord

Veel Duitse werkwoordstijden berusten op de formule:

hulpwerkwoord (sein of haben) + infinitief of deelwoord

Dit is vergelijkbaar met veel tijden in het Nederlands.

En net zoals in het Nederlands zijn Duitse werkwoorden vaak niet hecht met elkaar verbonden. Zelfs in eenvoudige zinnen kan en moet een Duits werkwoord opgesplitst worden:

Der Drache hat geschlafen.

De draak lag te slapen.

Dit is een eenvoudige zin. Maar zodra we voorwerpen gaan toevoegen, is het belangrijk om te onthouden dat, terwijl het hulpwerkwoord op de tweede plaats blijft staan, het tweede deel van het werkwoord (of het nu een infinitief of een deelwoord is) naar het eind van de zin verhuist, wat er ook gebeurt:

Der Ritter hat den Drachen geweckt.

De ridder wekte de draak.

Der Ritter hat den Drachen mit einer Tasse Kaffee geweckt.

De ridder wekte de draak met een kop koffie.

Der Ritter hat den Drachen zum Kämpfen um acht Uhr mit einer Tasse Kaffee geweckt.

De ridder wekte de draak om acht uur om te vechten met een kop koffie.

Enzovoort.

Deze regel geldt voor regelmatige werkwoorden, onregelmatige werkwoorden, werkwoorden in de verleden, tegenwoordige of toekomende tijd, werkwoorden in een actieve of passieve stem - zodra je een hulpwerkwoord hebt, verhuist het deelwoord naar het eind van de zin.

In een werkwoordsvorm met meerdere hulpwerkwoorden verhuist het tweede hulpwerkwoord naar het eind van de zin NA het deelwoord:

Ich bin getötet worden.

Ik werd gedood.

Ich bin von einem Ritter mit einer Lanze getötet worden.

Ik werd gedood door een ridder met een lans.

De positie van het Duitse werkwoord is één van de moeilijkste aspecten van de woordvolgorde. Hierdoor is het vaak moeilijk om niet alleen Duits te spreken, maar ook begrijpen. Onthoud: de rest van het werkwoord komt eraan! Gewoon even wachten...

Zoek naar lessen Duits om meer te weten te komen over de positie van het werkwoord.

Waar horen bijwoorden in het Duits?

Zodra je bijwoorden introduceert, wordt het knusse plaatsje naast het werkwoord nog begeerlijker. In zinnen met alleen lijdende voorwerpen komt het bijwoord altijd direct na het werkwoord:

Onderwerp + Werkwoord + Bijwoord Lijdend Voorwerp

Der Knappe reicht schnell die Lanze.
De schildknaap overhandigt snel de lans.

MAAR het komt NA het indirecte voorwerp:

Onderwerp + Werkwoord + Indirect Voorwerp + Bijwoord + Lijdend Voorwerp

Der Knappe reicht der Ritterin schnell die Lanze.
De schildknaap geeft snel de lans aan de ridder.

EN het komt NA alle voorwerpen als het voornaamwoorden zijn.
De woordvolgorde blijft echter dezelfde als alleen de datief (indirect voorwerp) een voornaamwoord is:

Der Knappe reicht ihr schnell die Lanze.
De schildknaap reikt haar snel de lans aan.

Onderwerp + Werkwoord + Indirect Voorwerp (voornaamwoord) + Bijwoord + Lijdend Voorwerp

Indien alleen het accusatief (lijdend) voorwerp een voornaamwoord is, volgt het dit voorwerp, maar glipt het voor het indirect (datief) voorwerp:

Der Knappe reicht es schnell der Ritterin.
De schildknaap geeft het snel aan de ridder.

Onderwerp + Werkwoord + Lijdend Voorwerp (voornaamwoord) + Bijwoord + Indirect Voorwerp

Als beide voorwerpen voornaamwoorden zijn, verhuist het bijwoord naar de laatste plaats:

Der Knappe reicht es ihr schnell.
De schildknaap geeft het snel aan haar.

Wat doe je als je meerdere bijwoorden in een zin hebt?

Duitsers zetten ze meestal in deze volgorde:

TIJD - WIJZE - PLAATS

Die Ritterin gallopierte sofort mit angelegter Lanze zum Schlafort des Drachens.
Onderwerp + Werkwoord + Bijwoord tijd + Bijwoord wijze + Bijwoord plaats

De ridder galoppeerde onmiddellijk met zijn lans naar de slaapplaats van de draak.

Zoals je ziet gelden dezelfde regels, of we het nu over een eenvoudig bijwoord hebben of over een bijwoordelijk gezegde.

Leer hoe je bijwoorden gebruikt in het Duits
Bijwoorden maken het leven ingewikkelder voor Duitse zinnen. (Bron: Unsplash.com)

In dit artikel geven we je enkele van de beste boeken om duits te leren.

Hoe de Duitse taal ondergeschikte bijzinnen opbouwt

In de Duitse taal worden, net als in het Nederlands, als een zin uit twee bijzinnen bestaat, die vaak met elkaar verbonden door voegwoorden.

Als beide zinnen op zichzelf kunnen staan, zijn het beide hoofdzinnen en worden de voegwoorden die ze verbinden coördinerende voegwoorden genoemd (zoals "und", "oder" en "dann"). De woordvolgorde van beide bijzinnen wordt niet beïnvloed door het bestaan van het voegwoord; het wordt behandeld alsof het er niet staat:

Ihr Pferd war schnell und ihre Lanze war scharf.
Haar paard was snel en haar lans was scherp.

Duitse onderschikkende bijzinnen

Maar als één van de zinnen niet op zichzelf kan staan, is het een ondergeschikte bijzin. Ze kunnen bijwoordelijk zijn, of ze kunnen als lijdend voorwerp van het werkwoord fungeren.

Ze worden vaak ingeleid door een onderschikkend voegwoord, zoals "weil", "ob", "wann" enz.

Een bijwoordelijke bijzin verduidelijkt iets over de hoofdzin:

Der Drache sah die Ritterin nicht kommen, weil es noch geschlafen hat.
De draak zag de ridder niet aankomen omdat hij nog sliep.

Bij het leren van Duits komen voorwerpelijke bijzinnen meestal na de werkwoorden "wissen", "fragen" en andere werkwoorden die op kennis (of het gebrek eraan) wijzen. Ze worden meestal ingeleid met "dass".

Der Drache wußte nicht, dass es bald tot sein wird.
De draak wist niet dat hij spoedig dood zou zijn.

Die Ritterin erfuhr bald, dass Drachen einen leichten Schlaf haben.
De ridder kwam er al gauw achter dat draken lichte slapers zijn.

Duitse onderschikkende voegwoorden en hun positie in de zin

Voegwoorden voor bijwoordelijke bijzinnen zijn onder andere:

  • weil,
  • obwohl,
  • damit,
  • trotzdem,
  • dann,
  • wenn and others.

Voegwoorden voor voorwerpszinnen zijn:

  • dass
  • ob,
  • wer,
  • wieso,
  • wieviel...

De voegwoorden komen ALTIJD aan het begin van de ondergeschikte bijzin:

Der Drache wachte auf, WEIL er ihr Pferd wiehern hörte.
De draak werd wakker OMDAT hij haar paard hoorde hinniken.

Er fragte sich, WAS dieses Geraucht macht.
Hij vroeg zich af WAT dat geluid veroorzaakte.

De positie van werkwoorden in Duitse ondergeschikte bijzinnen

Als opmerkzame leerling heb je misschien opgemerkt dat in ALLE ondergeschikte bijzinnen het werkwoord helemaal aan het eind komt. Als het werkwoord een hulpwerkwoord heeft, komt het hulpwerkwoord na het hoofdwerkwoord:

Er hob seinen Kopf hoch, damit er sehen konnte, was sich ihm näherte.
Hij richtte zijn hoofd op om te zien wat hem naderde.

Leer waar je werkwoorden plaatst in Duitse bijzinnen
Ook als je met draken vecht, zorg je ervoor dat je het werkwoord aan het eind van Duitse bijzinnen zet. (Bron: Unsplash.com)

De uitzondering geldt voor werkwoorden met meer dan één hulpwerkwoord - modale werkwoorden en werkwoorden die een tweede infinitief aannemen, zoals "lassen".  In zulke gevallen sluipt het hulpwerkwoord op tot vlak voor het deelwoord of de infinitief:

Sie hätte ihr Pferd gleich umdrehen müssen.
Ze had haar paard onmiddellijk moeten omkeren.

Sie dachte, dass sie ihr Pferd gleich hätte umdrehen müssen.
Ze bedacht dat ze haar paard onmiddellijk had moeten omkeren.

Lees meer over Duitse werkwoorden in deze speciale blog.

Waar hoort de ondergeschikte bijzin in de Duitse grammatica?

Hoewel bijzinnen meestal na de hoofdzin komen, kunnen ze ook eerst komen. Als je Duits leert, is het belangrijk om te onthouden dat ze de plaats innemen van een zelfstandig naamwoord of bijwoord, beschouwd worden als deel van de zin en de woordvolgorde in een complexe zin wijzigen.
Wat betekent dit?

Het betekent dat als je besluit om de ondergeschikte bijzin eerst te zetten, het volgende in de hoofdzin het WERKWOORD is. De ondergeschikte bijzin neemt de eerste plaats in de zin in, dus het werkwoord komt als tweede, en DAN volgt het onderwerp.

Weil sie so schnell reitete, wusste die Ritterin nicht, ob sie noch rechtzeitig bremsen kann.
Omdat ze zo snel ging, wist de ridder niet of ze wel zou kunnen remmen.

Hier hebben we twee ondergeschikte bijzinnen. Het eerste werd naar het begin van de zin verschoven, zodat in de hoofdzin het werkwoord vóór het onderwerp komt. De tweede staat op zijn gebruikelijke plaats na de hoofdzin, en alles blijft hetzelfde.

Zoek naar een taalcursus Duits in Amsterdam.

Gebruik de gebiedende wijs in een Duitse zin

De gebiedende wijs wordt gebruikt om een bevel of instructies te geven; het is één van de weinige werkwoordstijden die alleen in de tweede persoon (enkelvoud en meervoud) en de eerste persoon meervoud vervoegd wordt. In de Duitse grammatica wordt de gebiedende wijs ook in de derde persoon meervoud vervoegd - maar louter als de formele versie van de tweede persoon, en niet als een echte derde persoon.

In Duitse gebiedende zinnen komt het werkwoord eerst - zoals inderdaad ook in de Nederlandse grammatica:

“Halte dich fest!”
Hou je vast!

“Töte den Drachen!”
Dood de draak!

Leer hoe je een vraag stelt in het Duits

Er zijn twee soorten vragen:

  • vragen die een vraagwoord nodig hebben en
  • vragen die met ja of nee beantwoord kunnen worden.
In het Duits kun je op 2 manieren een vraag stellen
Zal de ridder zegevieren? Hoe doet ze het? Er zijn twee manieren om vragen te stellen in het Duits, en voor elk is er een andere woordvolgorde. (Bron: Unsplash.com)

Zinsbouw met Duitse vraagwoorden

Hoe werken vragen met vraagwoorden?

Vraagwoorden worden gebruikt wanneer zinnen verduidelijkt moeten worden. Het antwoord op een vraag met een vraagwoord is meestal een bijwoord of bijwoordelijke bijzin binnen het antwoord:

Wanneer zal de ridder arriveren?

Ze zal bij dageraad arriveren. (Bijwoord van tijd)

Hoe redt de ridder zichzelf?

Ze redt zich door hete saus in de neus van de draak te spuiten. (Bijwoord van middelen)

Waarom heeft ze hete saus in haar zadeltassen?

De ridder had hete saus ingepakt omdat ze net van een chili kookpartij kwam. (Bijwoord van reden)

Waar gaat ze nadien heen?

Ze gaat naar Disneyland! (Bijwoord van plaats)

De enige uitzondering is het vraagwoord "wie" (in het Duits "wer"), waar het antwoord het predikaat is van een zinsdeel met "zijn" ("sein"):

Wie is deze mysterieuze ridder?

Ze is de achter-achter-achternicht van Jeanne d'Arc.

Duitse vraagwoorden

In de Duitse taal komen vraagwoorden altijd aan het begin van de vraag, en worden gevolgd door het werkwoord:

Wie rettet die Ritterin sich?
Hoe redt de ridder zichzelf?

Hier leunt het Duits opnieuw dicht aan bij het Nederlands, waar een vraagwoord wordt opgevolgd door het werkwoord: Hoe gaat het? Waar gaat dit naartoe? Hoeveel kost dit?

Enkele van de meest gebruikte Duitse vraagwoorden zijn:

Nederlands woord Duitse vertaling Moet het vervoegd worden?
Wie? Wer? Ja - het is een voornaamwoord, dus je moet het vervoegen volgens zijn rol in de zin:
nominatief: Wer
accusatief: Wen
genetief: Wem
datief: Wessen
Wer wordt gebruikt voor vrouwelijk en mannelijk.
Wat? Was? nee
Wanneer? Wann? nee
Waar? Wo? nee
Waarom? Warum? nee
Hoe? Wie? nee
Hoeveel? Wieviel? nee
Hoeveel? Wie viele? "viele" moet overeenstemmen met het zelfstandig naamwoord waarmee het bepaald wordt.
Hoe oud? Wie alt? nee
Om welk uur? Um wieviel Uhr? nee

Vragen met hulpwerkwoorden:

Zoals gewoonlijk staat het hulpwerkwoord op de tweede plaats, en komt het deelwoord aan het eind van de zin:

Was kann sie tun?
Wat kan ze doen?

Wie hat sie sich gerettet?

Hoe heeft ze zichzelf gered?

Hoe stel je ja/nee-vragen in het Duits

Dit verloopt net zoals in het Nederlands.

Je neemt een gewone zin en verschuift het werkwoord naar de eerste positie om er een vraag van te maken:

Der Drache schnappt zu. -> Schnappt der Drache zu?
De draak klapt met zijn kaken. -> Klapt de draak met zijn kaken?

En natuurlijk blijven tweedelige werkwoorden vrijwel hetzelfde, met het deelwoord aan het eind:

Sie kann sich retten. -> Kann sie sich retten?
Ze kan zichzelf redden. -> Kan ze zichzelf redden?

Der Knappe rettet sie in letzter Minute. -> Rettet der Knappe sie in letzter Minute?
De schildknaap redt haar op het laatste moment. -> Redt de schildknaap haar op het laatste moment?

Zoals je ziet lijkt de Duitse zinsbouw in veel gevallen op die van het Nederlands. Daarom is het belangrijk dat je juist de gevallen onthoudt waarin dat niet zo is! Soms is het losser - lang leve de Duitse naamvallen! - maar in andere zinnen is het meer stroef en onbuigzaam. Laat je ophouden door de zinnen die niet logisch lijken - alle talen hebben namelijk hun eigenaardigheden, en het Duits is daar geen uitzondering op!  Scheld op je tekstboek, accepteer het, leer ervan en ga verder.

De beste manier om de Duitse zinsbouw te leren is door ze veel te zien en horen - dus zoek naar Duitse boeken, blogs, podcasts, luisterboeken en films om die Duitse zinnen een deel van je dagelijkse leven te maken. En de beste manier om het te oefenen is door het te spreken - zoek een taalmaatje, zoek een Duitse taalleraar of reis naar Duitsland op vakantie!

Dankzij deze regels zou je spoedig geen moeilijkheden meer moeten met correcte Duitse zinnen. En ook met het bestrijden van draken.

Ontdek alles wat je moet weten over de Duitse grammatica.

 

>

Het platform dat privé leraren en leerlingen met elkaar verbindt

1ste les gratis

Vond je dit artikel leuk? Laat een beoordeling achter!

5,00 (1 beoordeling(en))
Laden...

Dieter