Economische voorspellingen en analyses spelen een belangrijke rol in het nieuws. Economen proberen te verklaren hoe de economie zich ontwikkelt, welke factoren economische veranderingen beïnvloeden en welke gevolgen beleidsbeslissingen kunnen hebben. Maar hoe kunnen ze hun theorieën toetsen en hun voorspellingen onderbouwen met concrete gegevens?
Daar komt econometrie om de hoek kijken.
Econometrie combineert economische theorie met wiskundige en statistische methoden om economische gegevens te analyseren. Zo kunnen onderzoekers verbanden tussen economische variabelen onderzoeken, hypotheses toetsen en modellen ontwikkelen om economische ontwikkelingen beter te begrijpen.
Een bekend historisch voorbeeld is de Amerikaanse huizenbubbel, die een belangrijke rol speelde in de wereldwijde financiële crisis van 2008. Econometrische modellen kunnen helpen om economische ontwikkelingen en risico's te analyseren, al kunnen ze niet alle gebeurtenissen voorspellen.
Om te begrijpen hoe econometrie bijdraagt aan economische analyses en het onderbouwen van economisch beleid, is het belangrijk om te weten wat deze discipline precies inhoudt en wat haar beperkingen zijn.
In dit artikel ontdek je hoe econometrie werkt, hoe het vakgebied is ontstaan en welke rol het speelt in de economie.
Hoe is de econometrie ontstaan?
De economie wordt al eeuwenlang bestudeerd. De Schotse filosoof en econoom Adam Smith wordt vaak beschouwd als een van de grondleggers van de moderne economie. In zijn boek The Wealth of Nations uit 1776 onderzocht hij onder meer hoe markten werken en welke factoren de welvaart van een land beïnvloeden. Lange tijd steunde economisch onderzoek vooral op theoretische redeneringen. Met de ontwikkeling van de statistiek en de wiskunde ontstonden nieuwe mogelijkheden om economische theorieën aan de hand van gegevens te toetsen.
By contrast, econometrics has only been around for about 100 years.
De term econometrie werd in 1910 geïntroduceerd door de Poolse econoom Paweł Ciompa. Het vakgebied kreeg echter vooral vorm dankzij het werk van de Noorse econoom Ragnar Frisch en de Nederlandse econoom Jan Tinbergen. Zij hielpen economisch onderzoek te ontwikkelen tot een discipline waarin theorie, wiskunde en statistiek nauw met elkaar verbonden zijn.
Jan Tinbergen begon zijn loopbaan bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in Den Haag, waar hij statistische methoden toepaste op economische vraagstukken. Hij ontwikkelde wiskundige modellen om economische ontwikkelingen te analyseren en voorspellingen te doen. Later werd hij de eerste directeur van het Centraal Planbureau (CPB), dat in 1945 werd opgericht. Zijn werk droeg bij aan de ontwikkeling van economische modellen die overheden konden gebruiken bij het voorbereiden en beoordelen van economisch beleid.
In 1969 ontvingen Ragnar Frisch en Jan Tinbergen samen de eerste Nobelprijs voor de Economische Wetenschappen. Ze werden bekroond voor hun werk aan de ontwikkeling en toepassing van dynamische modellen om economische processen te analyseren.
Ragnar Frisch benadrukte eveneens het belang van een wetenschappelijke aanpak van economische vraagstukken. Hij pleitte voor een combinatie van theoretische modellen en empirisch onderzoek, waarbij economische theorieën aan waargenomen gegevens worden getoetst. Hij speelde bovendien een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de macro-economie en de wiskundige analyse van economische processen.
Hoewel Tinbergen en Frisch vanuit verschillende invalshoeken werkten, deelden ze een belangrijk uitgangspunt: economische theorieën moeten niet alleen logisch klinken, maar ook aan de hand van gegevens kunnen worden onderzocht. Door economische gegevens systematisch te verzamelen en te analyseren, kunnen onderzoekers verbanden opsporen, hypotheses toetsen en economische ontwikkelingen beter begrijpen.

Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen correlatie en causaliteit. Dat twee economische variabelen gelijktijdig veranderen, betekent namelijk niet automatisch dat de ene verandering de andere veroorzaakt. Met statistische methoden en econometrische modellen kunnen onderzoekers zulke verbanden nauwkeuriger onderzoeken en alternatieve verklaringen beoordelen.
In 1969 ontvingen Frisch en Tinbergen gezamenlijk de eerste Nobelprijs voor de Economische Wetenschappen. De prijs erkende hun bijdrage aan de ontwikkeling en toepassing van dynamische modellen voor de analyse van economische processen.
Sindsdien is econometrie uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van economisch onderzoek. Onderzoekers gebruiken het vakgebied vandaag onder meer om economische groei te bestuderen, de gevolgen van overheidsbeleid te evalueren en voorspellingen te doen op basis van gegevens.
Wil je zelf meer inzicht krijgen in economische theorieën en modellen? Ontdek onze bijlesleraren economie op Superprof.
Wat doet econometrie?
Economie probeert te verklaren hoe mensen, bedrijven en overheden keuzes maken en hoe die keuzes de economie beïnvloeden. Econometrie gaat een stap verder: met behulp van wiskundige modellen en statistische methoden onderzoekt ze of economische theorieën overeenkomen met de werkelijkheid.
Economische theorieën helpen ons bijvoorbeeld begrijpen waarom prijzen stijgen, hoe werkloosheid zich ontwikkelt of welke invloed belastingen hebben op consumentengedrag. Maar hoe kunnen we nagaan of een theoretische verklaring klopt? En hoe kunnen we inschatten welke gevolgen een economische verandering zal hebben?
Vind hier op Superprof meer economie-bijlesleraren.

Daarvoor gebruiken econometristen gegevens over onder meer prijzen, lonen, werkgelegenheid, consumptie en productie. Door die gegevens te analyseren, kunnen ze verbanden tussen economische variabelen onderzoeken en voorspellingen opstellen.
Een bekend voorbeeld is de theorie van Thomas Malthus, die aan het einde van de achttiende eeuw waarschuwde dat de bevolkingsgroei de voedselproductie zou kunnen overtreffen. De ontwikkeling van landbouwtechnologie, betere productiemethoden en andere maatschappelijke veranderingen heeft de voedselproductie aanzienlijk beïnvloed. Dat illustreert waarom economische voorspellingen rekening moeten houden met veranderende omstandigheden en meerdere variabelen.
Ook de ideeën van Karl Marx over het kapitalisme kunnen vanuit een econometrisch perspectief worden onderzocht. Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld gegevens over lonen, winsten, inkomensongelijkheid en economische groei analyseren om bepaalde voorspellingen over de werking van het kapitalistische systeem te toetsen. De uitkomsten kunnen helpen om theorieën te ondersteunen, te nuanceren of te herzien.
Het is belangrijk om daarbij onderscheid te maken tussen een statistisch verband en een oorzakelijk verband. Wanneer twee variabelen gelijktijdig veranderen, betekent dat niet automatisch dat de ene verandering de andere veroorzaakt. Econometristen gebruiken daarom verschillende statistische technieken om alternatieve verklaringen te onderzoeken en causale verbanden zo betrouwbaar mogelijk vast te stellen.
Econometrie combineert dus economische theorie met wiskunde, statistiek en gegevens uit de werkelijkheid. Zo kunnen onderzoekers economische verschijnselen niet alleen beschrijven, maar ook verklaren en voorspellen. De resultaten kunnen onder meer beleidsmakers, bedrijven en onderzoekers helpen om beter onderbouwde beslissingen te nemen.
Welke concrete doelen proberen econometristen daarmee te bereiken? We bekijken de belangrijkste toepassingen van econometrie.
Hoe werkt econometrie?
Economen ontwikkelen theorieën om te verklaren hoe de economie werkt en waarom economische verschijnselen veranderen. Maar hoe kunnen ze nagaan of die theorieën overeenkomen met de werkelijkheid? Econometrie combineert economische theorie, wiskunde en statistiek om economische verbanden met behulp van gegevens te onderzoeken en te kwantificeren. Zo kunnen onderzoekers niet alleen nagaan of er een verband bestaat, maar ook de omvang ervan schatten en voorspellingen doen.
Een veelgebruikte methode is lineaire meervoudige regressie. Daarmee kunnen onderzoekers inschatten hoe verschillende factoren samenhangen met een bepaalde economische variabele. De variabele die ze willen verklaren, heet de afhankelijke variabele. De factoren die ze gebruiken om die variabele te verklaren, worden verklarende variabelen genoemd.
Stel dat onderzoekers willen nagaan hoe een belastingverhoging de consumentenbestedingen beïnvloedt. Ze onderzoeken dan bijvoorbeeld de relatie tussen het belastingtarief en de uitgaven van huishoudens. Ook factoren zoals het beschikbare inkomen, het vermogen en de rente kunnen een rol spelen. Door deze factoren in het model op te nemen, proberen onderzoekers de samenhang tussen belastingen en consumentenbestedingen beter te isoleren.
Het onderzoek verloopt doorgaans in vier stappen:
- Een hypothese formuleren. De onderzoeker stelt een verwachting op over het verband tussen economische variabelen. Zo kan de hypothese zijn dat een hoger belastingtarief samengaat met lagere consumentenbestedingen.
- Een statistisch model opstellen. De onderzoeker bepaalt welke variabelen relevant zijn en hoe ze volgens het model met elkaar samenhangen. Daarbij wordt ook rekening gehouden met factoren die niet rechtstreeks in het model zijn opgenomen, via een foutterm.
- Het model schatten. Met economische gegevens en statistische software berekent de onderzoeker de parameters van het model. Die geven bijvoorbeeld aan hoe sterk de consumentenbestedingen gemiddeld samenhangen met een verandering in het belastingtarief, wanneer andere opgenomen factoren gelijk blijven.
- De resultaten toetsen en interpreteren. De onderzoeker beoordeelt of de resultaten statistisch overtuigend zijn, aansluiten bij de economische theorie en economisch betekenisvol zijn. Als de uitkomsten niet overeenkomen met de verwachtingen, kan het nodig zijn de hypothese of het model opnieuw te bekijken.
Er bestaat een verschil tussen theoretische en toegepaste econometrie. Theoretische econometristen ontwikkelen en onderzoeken statistische methoden om economische gegevens betrouwbaar te analyseren. Toegepaste econometristen gebruiken die methoden om concrete economische vraagstukken te onderzoeken.
Neem opnieuw het voorbeeld van de belastingverhoging. Onderzoekers kunnen nagaan of de consumentenbestedingen veranderen en of dat verband verschilt tussen huishoudens met uiteenlopende inkomens. De resultaten kunnen beleidsmakers helpen om mogelijke economische gevolgen van belastingmaatregelen beter in te schatten.
Een regressiemodel levert echter niet automatisch bewijs dat een verandering de oorzaak is van een andere verandering. Daarvoor moeten onderzoekers ook rekening houden met andere mogelijke verklaringen en de beperkingen van hun gegevens en onderzoeksmethode.
Econometrie helpt economische theorieën dus om te zetten in toetsbare modellen en kwantitatieve inzichten. De betrouwbaarheid van de conclusies hangt daarbij af van de kwaliteit van de gegevens, de gekozen methode en de manier waarop de resultaten worden geïnterpreteerd.
Vind hier op Superprof meer online privéleraren economie.

Kritiek op Econometrie
Als je de data maar lang genoeg martelt, bekent het alles. - Ronald Coase
Deze uitspraak vat een belangrijke kritiek op econometrie samen: de manier waarop onderzoekers gegevens selecteren en analyseren, kan de conclusies beïnvloeden. Econometrische modellen zijn immers gebaseerd op aannames en kunnen nooit alle factoren meenemen die de economie beïnvloeden.
Een belangrijk bezwaar betreft de keuze van variabelen. Wanneer relevante factoren ontbreken, kunnen onderzoekers een verband ten onrechte als causaal interpreteren. Ook de Amerikaanse econoom Robert Lucas Jr. wees op de beperkingen van economische modellen. Volgens de Lucas-kritiek kunnen consumenten en bedrijven hun gedrag aanpassen aan veranderingen in het beleid, waardoor bestaande verbanden niet altijd blijven gelden.
Ook binnen de Oostenrijkse school van de economie bestaat kritiek op econometrie. Sommige aanhangers vinden dat statistische modellen onvoldoende rekening houden met de complexiteit van menselijk gedrag en de onvoorspelbaarheid van economische veranderingen.
De financiële crisis van 2008 en de economische schokken tijdens de coronapandemie illustreren hoe moeilijk het kan zijn om onverwachte ontwikkelingen te voorspellen. Dat betekent niet dat econometrie nutteloos is, maar wel dat modellen en hun voorspellingen kritisch moeten worden beoordeeld.
Ondanks deze beperkingen gebruiken overheden, centrale banken en bedrijven econometrie om economische ontwikkelingen te analyseren en beleidsbeslissingen te onderbouwen. Econometrie voorspelt de toekomst niet met zekerheid, maar helpt economische verbanden te onderzoeken en beter geïnformeerde beslissingen te nemen.
Samenvatten met AI








