Beklimmingen Tour de France zijn vaak de plekken waar de koers echt openbreekt. Op vlakke wegen kan een ploeg het peloton lang controleren, maar in de bergen wordt iedere renner geconfronteerd met eigen grenzen. Een steile col maakt direct zichtbaar wie nog kracht over heeft, wie moet lossen en wie durft aan te vallen.
De cols Tour de France zijn daarom meer dan obstakels in het parcours. Ze vormen het decor voor klassementsduels, ontsnappingen en legendarische momenten. Sommige bergen zijn beroemd door hun cijfers, andere door hun verhaal. Alpe d’Huez heeft zijn haarspeldbochten en Nederlandse geschiedenis, Mont Ventoux zijn kale maanlandschap, de Tourmalet zijn Pyreneeënmythe en de Galibier zijn hoogte en Alpenstatus.
Wie de beroemdste beklimmingen beter begrijpt, kijkt anders naar de Tour. Je ziet dan niet alleen een groep renners omhoog rijden, maar ook waarom tempo, weer, hoogte en timing zoveel verschil maken. In dit artikel kijken we naar vier legendarische bergen en leggen we uit hoe ze passen in de Tour, de wielercultuur en de route van 2026.
Belangrijkste beklimmingen in 2026
- 🇫🇷 Les Angles zet al vroeg druk in de koers
- ⛰️ Gavarnie-Gèdre maakt de Pyreneeën meteen relevant
- 🏔️ Galibier wordt het hoogste punt van de Tour 2026
- 🔥 Alpe d’Huez komt twee dagen achter elkaar terug
- 🚴 Sarenne en Télégraphe maken de Alpenfinale extra zwaar
Alpe d’Huez: de Nederlandse berg
Alpe d’Huez is een van de beroemdste beklimmingen in de Tour en voor Nederlandse fans misschien wel de meest emotionele. De klim staat bekend om zijn 21 haarspeldbochten, de volle flanken met supporters en de bijnaam “de Nederlandse berg”. Die naam ontstond door de reeks Nederlandse successen op deze aankomst, met onder anderen Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Peter Winnen, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. Nederlandse renners wonnen meerdere keren op Alpe d’Huez, waardoor de berg een vaste plek kreeg in het Nederlandse Tourgeheugen.
Lengte: ongeveer 13,8 tot 14 kilometer
Gemiddeld stijgingspercentage: ongeveer 7,9 tot 8,1 procent
Hoogteverschil: ongeveer 1.096 tot 1.120 meter
Top of aankomsthoogte: ongeveer 1.850 meter
Kenmerk: 21 haarspeldbochten
Wie naar Nederlandse wielrenners in de Tour kijkt, komt dus bijna vanzelf bij Alpe d’Huez uit. Niet alleen door de zeges, maar ook door de manier waarop Nederlandse fans de berg hebben geclaimd. De klim is zwaar genoeg om klassementsrenners te breken, maar kort en herkenbaar genoeg om als één groot stadion langs de weg te voelen.
Sportief is Alpe d’Huez vooral gevaarlijk door de eerste kilometers. Vanuit Le Bourg-d’Oisans loopt de weg direct steil omhoog en de eerste bochten doen vaak pijn. Daarna blijft de klim lang rond de 8 procent hangen. Bike Oisans beschrijft de klim als 21 bochten over ongeveer 14 kilometer en 1.120 hoogtemeters, terwijl MyCols uitkomt op 13,8 kilometer, 7,9 procent gemiddeld en 1.096 stijgende meters.

Mont Ventoux: de Giant of Provence
Mont Ventoux hoort bij de beroemdste beklimmingen omdat de berg anders voelt dan bijna elke andere col. De klim ligt niet in een klassieke Alpenketen of Pyreneeënreeks, maar staat bijna alleen in de Provence. Daardoor is de top extreem zichtbaar en vaak blootgesteld aan wind. Cyclingnews noemt de berg niet voor niets de Giant of Provence en de Bald Mountain, dankzij het kale maanlandschap boven de boomgrens.
Lengte vanaf Bédoin: ongeveer 21,2 kilometer
Gemiddeld stijgingspercentage: ongeveer 7,5 procent
Hoogteverschil: ongeveer 1.577 meter
Tophoogte: ongeveer 1.912 meter
Kenmerk: open, winderige slotkilometers boven Chalet Reynard
De cijfers vertellen maar een deel van het verhaal. Mont Ventoux is vooral berucht door zijn wisselende omstandigheden. In het bos loopt de klim lang en zwaar door, daarna komt het open witte landschap waar wind en hitte de koers kunnen breken. MyCols noteert voor de Bédoin-zijde 21,2 kilometer, 7,5 procent gemiddeld en 1.577 hoogtemeters tot 1.912 meter. Cyclingnews beschrijft dezelfde klim als een van de meest mythische stukken in de Tour, juist door de combinatie van gradient, weer en geschiedenis.
De berg staat ook symbool voor drama. Tom Simpson overleed hier in 1967 tijdens de Tour, waardoor Ventoux een donkere plaats in de wielergeschiedenis kreeg. Later schreven renners als Eddy Merckx, Marco Pantani en Chris Froome er nieuwe verhalen. Dat maakt Mont Ventoux meer dan een klimprofiel. Het is een plek waar heldendom en kwetsbaarheid dicht bij elkaar liggen.

Col du Tourmalet: reus van de Pyreneeën
De Col du Tourmalet is een van de legendarische cols uit de Tour de France en misschien wel de bekendste klim van de Pyreneeën. De pas werd al in 1910 in de Tour opgenomen en groeide daarna uit tot een vast ijkpunt voor klimmers. Waar Alpe d’Huez vooral als stadion aanvoelt, is de Tourmalet ruwer en langer. De klim vraagt om uithouding, ritme en mentale hardheid.
Lengte vanaf Luz-Saint-Sauveur: ongeveer 18,8 tot 19 kilometer
Gemiddeld stijgingspercentage: ongeveer 7,2 tot 7,4 procent
Hoogteverschil: ongeveer 1.357 tot 1.404 meter
Tophoogte: 2.115 meter
Kenmerk: lange, regelmatige klim met zware slotkilometers
De Tourmalet heeft zijn mythe vooral te danken aan de vroege Tourgeschiedenis. In 1910 werd de pas voor het eerst opgenomen in de koers. Octave Lapize kwam als eerste boven en zou later die Tour winnen. Volgens latere overlevering riep hij de organisatoren toe dat ze moordenaars waren, omdat de bergetappe zo zwaar was. Daarmee werd de Tourmalet meteen symbool voor de extreme kant van de Tour.
Binnen de cols Tour de France neemt de Tourmalet een bijzondere plek in omdat hij zo vaak terugkeert. De klim is lang genoeg om verschillen te maken, maar ook strategisch interessant als hij midden in een bergetappe ligt. Soms is hij een lanceerplatform, soms een slijtageslag voordat de slotklim begint.
Juist daarom blijft de Tourmalet een referentiepunt voor elke generatie klimmers. Wie hier kraakt, verliest meer dan tijd. Wie hier aanvalt, schrijft zich in bij een traditie van renners die de Pyreneeën gebruikten om de koers volledig open te breken.

Col du Galibier: hoogtepunt van de Alpen
De Col du Galibier is een van de grootste Alpenklassiekers en hoort vanzelfsprekend thuis tussen de beroemdste beklimmingen van de Tour. De pas ligt hoog, is lang genoeg om verschillen te maken en voelt door zijn kale slotkilometers vaak zwaarder dan de gemiddelde cijfers doen vermoeden. In de Tour de France 2026 krijgt de Galibier opnieuw extra betekenis, omdat hij het hoogste punt van de route vormt.
Lengte vanaf Valloire: ongeveer 18 tot 18,2 kilometer
Gemiddeld stijgingspercentage: ongeveer 6,9 tot 7 procent
Hoogteverschil: ongeveer 1.239 meter
Tophoogte: 2.642 meter
Kenmerk: lange Alpenpas met zware laatste kilometers boven de boomgrens
De noordzijde vanuit Valloire is de klassieke Tourkant. Route des Grandes Alpes noteert 18,2 kilometer, 1.239 hoogtemeters en een gemiddeld stijgingspercentage van 7 procent tot de top op 2.642 meter. Ook Seek Travel Ride geeft voor de Galibier vanaf Valloire 18 kilometer aan, met 6,87 procent gemiddeld en dezelfde tophoogte.

Wie de route van de Tour de France 2026 bekijkt, ziet waarom de Galibier dit jaar zo belangrijk is. De officiële Tour-route noemt de Col du Galibier op 2.642 meter als het dak van de Tour 2026. In de etappe richting Alpe d’Huez komt hij bovendien na de Croix de Fer en de Télégraphe, waarna ook de Col de Sarenne nog volgt.
Daardoor is de Galibier geen losse klim, maar een schakel in een zware Alpenketen.
Sportief is dat cruciaal. Op de Galibier win je de Tour niet altijd direct, maar je kunt er wel rivalen breken. De hoogte, de wind en de opeenstapeling van beklimmingen maken deze col tot een test van herstelvermogen. Daarom blijft de Galibier een van de cols Tour de France waar klassementsrenners met respect naar kijken.
Alpen, Pyreneeën en Vogezen: drie soorten klimwerk
Niet alle beklimmingen Tour de France voelen hetzelfde. De Alpen zijn vaak lang, hoog en zwaar, met meerdere grote cols achter elkaar. Daar draait het meestal om uithoudingsvermogen, ploegsterkte en herstel na dagen van opeenvolgende inspanning. Renners die goed blijven presteren boven de 2.000 meter hebben hier vaak voordeel.
De Pyreneeën zijn anders. De cols zijn soms korter dan in de Alpen, maar vaak grilliger en directer. De wegen kunnen smaller zijn, het ritme wisselt sneller en het weer kan plots omslaan. Daardoor zijn Pyreneeënritten vaak nerveus. Een aanval komt er soms eerder dan verwacht, zeker wanneer een favoriet zich minder zeker voelt.
De Vogezen zijn lager, maar zeker niet eenvoudig. Klimmen als de Grand Ballon of Le Markstein zijn minder mythisch dan Alpe d’Huez of de Tourmalet, maar kunnen door opeenvolging, tempo en plaats in de koers toch zwaar uitpakken. In de Tour worden de Vogezen vaak gebruikt voor lastige overgangsritten waarin aanvallers en klassementsploegen elkaar aftasten.
Voor wie net leert wat de Tour de France is, helpt dit onderscheid enorm. Een col is niet alleen een percentage en een lengte, maar ook onderdeel van een landschap en een koersscenario. De beroemdste beklimmingen krijgen hun status juist omdat ze sportieve cijfers combineren met tactiek, geschiedenis en het moment waarop ze in de route verschijnen.
Tour 2026: welke cols zijn dit jaar belangrijk?
De Tour van 2026 maakt de beklimmingen Tour de France extra interessant, omdat de bergen al vroeg in de koers invloed hebben. In de eerste week liggen er ritten naar Les Angles en Gavarnie-Gèdre, waardoor klassementsrenners niet rustig kunnen wachten tot de Alpen. Wie daar al tijd verliest, moet later aanvallen in plaats van controleren.
De grootste blikvanger blijft de dubbele aankomst op Alpe d’Huez. Twee dagen achter elkaar eindigen op dezelfde iconische klim is uitzonderlijk en geeft deze editie een duidelijk herkenningspunt. Voor de deelnemers aan de Tour de France 2026 betekent dat: klimmers en klassementsrenners moeten niet één keer, maar twee keer op hetzelfde terrein presteren. Dat vraagt herstelvermogen, ploegsteun en mentale controle.
Ook de Galibier krijgt een hoofdrol. In de officiële route wordt de Col du Galibier genoemd als het dak van de Tour 2026, op 2.642 meter. De etappe richting Alpe d’Huez voert bovendien via een zware reeks met onder meer Croix de Fer, Télégraphe, Galibier en Sarenne. Daardoor ontstaat een klassieke Alpenketen waarin vermoeidheid zich opstapelt.
De Pyreneeën, Alpen en Vogezen krijgen dus elk een eigen functie. De Pyreneeën openen de strijd, de Vogezen houden de druk in het midden van de koers hoog en de Alpen vormen het eindspel. Juist daardoor komen de legendarische cols uit de Tour de France in 2026 niet los van elkaar te staan. Ze vormen samen een route waarin elke klim een ander soort renner test.
📊 Poll: Welk type Tourklim vind jij het mooist?
Samenvatten met AI









