The way of the warrior is resolute acceptance of death.
Miyamoto Musashi
De samoerai waren de elite-strijders van middeleeuws Japan. Zij vormden een eigen sociale klasse en dienden particuliere meesters in plaats van de staat. Hun leven werd geleid door een strikte morele code, bushidō genoemd, die hun levensstijl, houding en overtuigingen bepaalde. Tegenwoordig hebben verhalen over de veroveringen van deze Japanse krijgers bijna mythische proporties aangenomen, maar in werkelijkheid waren het gewone mannen met een uitzonderlijke loyaliteit en discipline.
Hoe werd je een samoerai
In het vroege Japan, rond het jaar 700 van de huidige jaartelling, werd ongeveer één op de vier volwassen mannen opgeroepen voor militaire dienst. Zij dienden de staat, voor zover die toen bestond, en moesten zelf hun wapens verzorgen. In die periode functioneerden zij voornamelijk als openbare dienaren.
Ongeveer honderd jaar later werden deze provinciale garnizoenen ontbonden. Vanaf dat moment werden leden van de landelijke elite gezien als het ideale type samoerai krijger. Deze mannen waren bedreven in boogschieten en paardrijden.
Deze provinciale strijders vormden netwerken ter bescherming van zichzelf, hun families en hun landbezit.
Het keizerlijke hof begon steeds meer te vertrouwen op deze particuliere strijders in plaats van op de garnizoenen die het zelf had opgeleid en betaald. De keizer stelde militaire functies in om deze informele samenwerking te legitimeren. Leiders onder de krijgers ontvingen militaire bevelen, die zij vervolgens doorgaven aan hun legers van vechters.
Het woord samoerai is afgeleid van het werkwoord saburau, dat “dienen” betekent.
Tegen de tijd dat de eerste shogun in 1192 de macht greep, was de krijgersklasse stevig verankerd in de samenleving. Het Kamakura-shogunaat verhoogde de status van de Japanse samoerai door hen verantwoordelijk te maken voor de veiligheid van landgoederen. Dit vertrouwen, samen met het uitgestrekte territorium van het shogunaat, stimuleerde samenwerking tussen verschillende krijgersgroepen.
Zo werden de samoerai een vaste sociale klasse. Men kon samoerai worden door in een samoeraifamilie geboren te worden, maar ook door te trouwen met de dochter van een samoerai. Wanneer een samoeraifamilie geen mannelijke erfgenamen had, kon de overheid toestemming geven om een jongen te adopteren.
Ja, maar alleen tot in de jaren 1590. Daarna verbood de keizer boeren om zwaarden te dragen, waardoor het voor deze sociale klasse onmogelijk werd om door te stromen naar de groep van de Japanse Samurai.

Konden vrouwen samoerai worden?
Juridisch gezien niet, maar in de praktijk soms wel. Dochters uit samoerai- en adellijke families leerden hoe zij zichzelf moesten verdedigen.
Zij bestudeerden de krijgskunsten en leerden omgaan met wapens zoals de naginata, een lange, gebogen kling bevestigd aan een lange stok. Daarnaast verborgen zij vaak een kaiken, een dolk, in hun kimono voor zelfverdediging of, indien nodig, voor rituele zelfdoding om gevangenneming te voorkomen.
Toch weten we dat vrouwelijke Japanse krijgers geen zeldzaamheid waren. Zij beschikten over wapens, training en vaardigheden om te vechten, en sommigen deden dat ook. De geschiedschrijving heeft hun daden grotendeels genegeerd, maar enkele namen getuigen van hun prestaties.

Bushidō en de samoeraicultuur
Eerder werd al genoemd dat krijgersgroepen samenwerkten. Daarvoor hadden zij regels nodig, en die regels vormden samen de bushidō-code. Vrij vertaald betekent dit “het pad van de krijger” en wordt vaak uitgelegd als “de weg van de krijger”.
Deze gedragscode bestond al lang voordat de samoerai een vaste sociale klasse werden. Zij kreeg haar definitieve vorm en werd algemeen aanvaard tijdens het eerste shogunaat, in de Kamakura-periode die begon in 1192.
Onderdelen van deze code waren onder andere:
- Eer in de strijd
- Alleen vechten tegen krijgers met vergelijkbare wapens en vaardigheden
- Zich gedragen als een legende
- Geen angst tonen
- Jezelf en je afkomst bekendmaken vóór het gevecht
- Geen misleiding of list gebruiken
Een ander type krijger, de shinobi of ninja, werd als onethisch beschouwd. Hun gebruik van stealth en misleiding paste niet binnen de waarden van de Japanse samoerai.
Bushidō was geen geschreven wetboek dat werd bestudeerd. Het was een mondeling overgeleverde traditie die van generatie op generatie werd doorgegeven. Hierdoor namen samoerai soms ruime vrijheid bij de interpretatie. Het aankondigen van naam en afkomst was bijvoorbeeld vaak meer een vorm van opscheppen dan een strikt ritueel.
Tijdens de Edo-periode, onder het Tokugawa-shogunaat, ontwikkelde de samoeraicultuur zich verder. Dit was een welvarende tijd waarin het shogunaat veel economische en politieke hervormingen doorvoerde.
Voor de samoerai betekende dit een verschuiving weg van agressie en de oorspronkelijke morele code. Loyaliteit verschoof van de individuele heer naar de shogun, en intellectuele verfijning werd even belangrijk als fysieke vaardigheid.

Ronin binnen de samoerairangen
Ronin waren krijgers zonder meester. Tegenwoordig zouden we hen vrije agenten of huurlingen noemen. Zonder daimyo aan wie zij hun trouw konden zweren, misten ronin een essentieel onderdeel van de bushidō-code.
Veel samoerai werden ronin tijdens de Sengoku-periode (1467–1603), toen de domeinen die zij verdedigden uiteenvielen.
Ronin waren nog steeds bekwame vechters en vaak meedogenlozer dan hun bushi-tegenhangers. Vooral in de Edo-periode was het leven voor ronin zwaar. Zij pleegden geregeld gewelddadige daden tegen overheidsfunctionarissen, buitenlanders en geleerden en vochten meestal niet samen met de Japanse Samurai.
Japanse samoerai: wapens en strategieën
De katana, het iconische wapen van de Japanse samoerai, wordt vaak simpelweg het samoeraizwaard genoemd. Dit enkelzijdig geslepen, gebogen zwaard is tot op de dag van vandaag een symbool van eer en status.
Hoewel de cultuur van de samoerai door de eeuwen heen grotendeels gelijk bleef, veranderde hun wapenarsenaal wel. Of beter gezegd, het breidde zich uit. De samoerai droegen vaak ook een tantō, een korter zwaard met een rechte kling, als reservewapen voor gevechten van dichtbij.
De combinatie van katana en tantō heet daishō. Als een samoerai krijger zijn zwaard verloor in de strijd, kon hij het korte wapen gebruiken om rituele zelfdoding te plegen, seppuku genoemd.
Omdat de shogunaatsperiode bijna duizend jaar duurde en oorlogvoering een constante was, pasten de Japanse krijgers hun wapens aan de veranderende omstandigheden aan.
Yumi
Deze asymmetrische boog is meer dan twee meter lang en heeft een lange bovenboog en een kortere onderboog. Hij is ontworpen voor samoerai te paard, zodat zij konden schieten terwijl zij reden. De juiste handpositie ligt ongeveer op een derde vanaf de onderkant van de boog.

Naginata
Dit wapen bestond uit een lang, gebogen, enkelzijdig geslepen lemmet dat was bevestigd op een lange stok. Tussen het lemmet en de schacht bevindt zich een ronde tsuba (handbeschermer).
Het unieke kenmerk van dit wapen is het afneembare lemmet, aangezien het geheel bij elkaar wordt gehouden met een houten pin. Hoewel dit wapen door beide geslachten werd gebruikt, was de naginata favoriet bij vrouwelijke samoerai.
Yari
De yari is een type speer. De lengte van het lemmet varieert van slechts enkele centimeters tot een meter of langer. Het onderscheidende kenmerk van de yari is de angel, die langer was dan het lemmet zelf. De schachten van yari waren lang en meestal versierd met gravures, banden van halfedelmetaal of andere markeringen.
Kabutowari
Dit wapen lijkt op een fileermes, maar is veel steviger en heeft een haak bij de angel. De naam wordt vertaald als ‘schedelbreker’ of ‘helmverbreker’.
Het heeft een kort handvat en een lang lemmet dat eindigt in een punt die lijkt op die van een dolk. Samoerai gebruikten het om pantserplaten van elkaar te scheiden, helmbanden te haken of het zwaard van hun tegenstander op korte afstand af te weren.
Perceive that which cannot be seen with the eye.
Yamamoto Tsunetomo
Tanegashima
Dit was een type haakbus. Dit lange vuurwapen kwam in 1593 in Japan terecht via de Portugezen. Zowel samoerai als voetsoldaten (ashigaru) gebruikten dit wapen, wat de aard van oorlogsvoering veranderde. Toch lieten zij hun traditionele wapens niet varen. De yumi bleef deel uitmaken van hun arsenaal, ondanks het grote bereik van het vuurwapen.
Waarom werden de samoerai afgeschaft?
Het leven in shogunaat-Japan draaide om een strikte hiërarchie, waarin de samoerai net onder de adel stonden. Hun levenswijze bracht status en privileges met zich mee. Voor dochters uit de boerenstand gold dienst bij een samoeraifamilie zelfs als aantrekkelijk voor hun huwelijkskansen.
Uiteindelijk moest deze levenswijze eindigen. De simpele reden was dat de Japanse Samurai niet langer nodig waren.
Het Tokugawa-huis had Japan verenigd en vrede gebracht. De daimyo waren tevreden en veilig in hun positie en hoefden hun krijgers niet meer ten strijde te sturen.
Zo verloren de samoerai langzaam hun functie. Hoewel zij bleven trainen en hun bushidō-waarden bleven naleven, nam hun maatschappelijke betekenis sterk af. Deze situatie duurde ongeveer 250 jaar, gedurende de Edo-periode. Toen het feodale tijdperk in 1868 eindigde, stonden de samoerai zonder meester.
Zo eindigt de wereld. Niet met een knal, maar met een zucht.
T. S. Eliot – The Hollow Men
Deze woorden weerspiegelen de sfeer aan het einde van het samoeraitijdperk. De val van het shogunaat, de Meiji-restauratie en de heropening van Japan maakten een einde aan de noodzaak van Japanse krijgers.
De gelukkigen onder hen, met goed verbonden daimyo, kregen functies binnen de overheid. De minder fortuinlijken werden aan hun lot overgelaten.
Door gebrek aan inkomen zochten velen werk als leraren, kunstenaars of ambtenaren. Daarmee verloren zij de tijd en ruimte om hun krijgskunsten te onderhouden. Tegen de tijd dat de samoeraiklasse officieel werd afgeschaft, hadden de krijgers hun verlies van cultuur en levenswijze al zien aankomen.
Wat vind jij het meest typerend voor de samoerai?
Samenvatten met AI









